Raja Felgata en de burgemeester van Amsterdam
De columniste Raja Felgata zou op de Dag van de Democratie ´Democracy Ribbon´ krijgen uitgereikt. Het lintje zou haar door de minister van Binnenlandse Zaken Donner persoonlijk worden opgespeld vanwege “haar inzet voor het doorbreken van plafonds voor de kleurrijke vrouw in de maatschappij”. Op het laatste moment echter wordt de uitreiking afgelast. Zij krijgt vooralsnog geen lintje.
De organisatie laat weten dat de uitreiking niet door kon gaan. “De naam van de genomineerde Raja was te vroeg uitgelekt. En dit had tot gevolg dat er nog voor het heugelijke moment een heftige discussie ontstond over vermeend ´antisemitisme´ van Raja naar aanleiding van een column in de Nieuwe Revue van haar van twee jaar geleden”. Daarin schreef Raja over ´dikke´ en ´rijke´ Joden zoals een ander columnist over ´dikke´ zwarte vrouwen had geschreven. Met de uitreiking dreigde de organisatie achter de prijs, The European Partnership Democraty, midden in die discussie te belanden.
Bij de column kan een mens zijn bedenkingen hebben. Is het verstandig om dit zo te schrijven? Kan het lezerspubliek het satirisch element wel aan? Maakt de columnist zich zelf niet erg kwetsbaar? Allemaal vragen die de columnist het best zelf kan beantwoorden.
Maar laat één ding helder zijn. Gaan schermen met de term ´antisemitisme´ blijkt steeds meer een heel hachelijk instrument te zijn. Ja, iemand die die term werkelijk verdient die zal die benaming ook moeten dragen. Maar voor dat de onderscheiding ´antisemiet´ wordt uitgereikt moet wel eerst heel duidelijk en helder zijn wat nu precies de definitie is en de kaders zijn waar binnen antisemitisme zich afspeelt.
Uitgerekend in het zelfde gebouw waar de uitreiking zou plaats vinden, de Tweede Kamer, mogen parlementariërs ongestraft alles roepen over Joodse dierenkwellers, vrouwen met ´kopvodden´, ´Islamitisch stemvee´, en burgers met een ´achterlijke godsdienst´. Sterker nog. Omdat déze uitlatingen worden gedaan in een maatschappelijk debat ´worden zij door het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens bij uitstek beschermd tegen ingrijpen door de nationale autoriteiten´. En de columnist die zich beroept op satire, krijgt aan de andere kant van het gangpad te horen dat de uitreiking, vooralsnog wordt uitgesteld. Misschien dan toch vanwege het vroege uitlekken? Een bizar argument. Uitgerekend nog steeds in datzelfde gebouw, op dezelfde dag dat tot schande van onze regering de miljoenen nota zomaar voortijdig aan 17 miljoen Nederlanders bekend wordt, lekt ook nog eens de naam uit van Raja. Prinsjesdag gaat toch door. Raja´s feestje wordt afgelast.
Maakt Raja zich schuldig aan antisemitisme met haar column? Eerst maar eens goed kijken waar ligt de grens tussen het aan de kaak stellen en het feitelijk bedrijven? Eerst maar eens een goed gesprek wat de intenties zijn. Want wat is antisemitisme nu eigenlijk nog in deze samenleving met een langzamerhand bijna absolute vrijheid van meningsuiting? Is er nog iemand is ons land die dit kan vertellen?Met het arrest van Wilders in ons achterhoofd, denk ik niet.
Onze Amsterdamse burgemeester van de Laan wordt gedagvaard door de stichting Bestrijding Antisemitisme voor het niet optreden tegen antisemitische spreekkoren bij Ajaxwedstrijden. Waar wordt de goede man van beschuldigd? Dat hij ons joden niet voldoende in bescherming neemt? En daarom ook maar wordt ingedeeld bij die F-siders in de Amsterdamse Arena die zich bezondigen aan die spreekkoren?
De term Antisemiet moet bewaard worden voor iemand die deze werkelijk verdient. En kan niet in verband worden gebracht met Raja Felgata, de columniste en met de heer Van der Laan, de burgemeester van onze stad.
Rabbijn Lody B. van de Kamp
Deze brief is op zaterdag 24 september gepubliceerd in het Parool
Volg Raja Felgata op haar andere Tumblr account!
“Joden-zijn-dik-columniste Raja Felgata”
Zo ben ik het afgelopen 1.5 jaar herhaaldelijk door het tijdschrift HP/ De Tijd genoemd: de columniste die twee jaar geleden een column schreef over het boek van Robert Vuijsje ‘Alleen maar nette mensen’ is een Joden-zijn-dik-columniste en inherent hieraan dus een antisemiet. Ik zou dit na bijna twee jaar lasterberichten over mij, willen weerleggen: mijn column was satirisch bedoeld en ik gebruikte deze vorm en sarcasme in mijn column over het boek van Robert Vuijsje om net zoals hij deed, met vooroordelen te spelen en deze uit te vergroten. Tenslotte schreef hij ook vrij spottend, generaliserend en beledigend over Surinamers, Marokkanen en vrouwen en hij heeft hier zelfs een prijs voor gekregen.
Ik onderga deze negatieve publiciteit van HP/ De Tijd al ruim 1.5 jaar en moet met lede ogen toezien hoe mijn reputatie wordt geschaad. Antisemitisme is een strafbaar feit in Nederland en iedereen die daarmee wordt geassocieerd is een persona non grata. Ik krijg gelukkig steun en bijval uit verschillende hoeken zoals Rabbijn Lody van de Kamp die het onterecht en onzin vindt dat ik word geframed als antisemiet. “Laten wij de term bewaren voor mensen die het echt verdienen’”.
Mijn column werd gepubliceerd in de Nieuwe Revu en de hoofdredactie begreep wat ik met mijn column probeerde te doen. Ik gebruikte dezelfde literaire vorm als die van Vuijsje: kort door de bocht, hard en simplistisch - om een punt te maken over hoe wij met elkaar omgaan in dit land. Onze meningen over elkaar zijn gestoeld op vooroordelen en ik dacht als columniste van diezelfde vrijheid van meningsuiting gebruik te kunnen maken als de schrijver in kwestie. Hoe kon ik zo naïef zijn? Blijkbaar kunnen alleen bepaalde bevolkingsgroepen aangesproken worden, kan er maar 1 religie onder een vergrootglas worden gezet en kunnen gemeenschappen worden weggezet als ‘achterlijke moslims’, ‘negers’, ‘dik’ , ‘crimineel’, ‘terrorist’ en ‘tuig’.
Wat ik trachtte te doen in mijn Alleen maar neppe mensen column, is aan de kaak stellen dat wij niet alles kunnen zeggen over homo’ s, joden, moslims, Surinamers, Chinezen en vrouwen in Nederland zonder dat het mensen die tot die groepen behoren kwetst, beledigt en boos maakt. Maar dat gek genoeg dit kennelijk alleen gevoeld en erkend wordt als het over joden gaat. Terwijl wanneer we lukraak donkere mensen en moslims stigmatiseren er geen collectieve pijn gevoeld wordt en dat het gewoon moet kunnen, “dan moeten ze niet zulke lange tenen hebben”, horen we maar al te vaak.
Ik wilde het punt naar voren brengen dat het vrije woord over bevolkingsgroepen een privilege is, maar ook of wij eigenlijk wel alles kunnen en mogen zeggen? Dat vrijheid van meningsuiting alleen is weggelegd voor ‘andere’ opiniemakers en alleen over moslims, Marokkanen, Surinamers etc.
Doordat ik word afgemaakt in de media, is het punt wat ik wilde maken met mijn column eigenlijk wel bevestigd. Vrijheid van meningsuiting is geen tweerichtingsverkeer, want zodra je het woord ‘jood’ gebruikt begeef je je blijkbaar op glad ijs. Terwijl de echte antisemieten wegkomen met heftiger taalgebruik en er sprake is van hele duidelijke en concrete antisemitisme. Ik heb de afgelopen dagen heel wat linkjes doorgekregen van mensen die mij hierop wezen.. Mensen die mij beschuldigen van racisme, slaan zelf vreselijke taal uit!
Is het antisemitisme als je joden dik noemt? Of wanneer je zegt dat joden vrouwonvriendelijk zijn, of rijk? Ik vind van niet. Net zo min als iemand zegt dat moslims en/of Marokkanen hun vrouwen slaan en onderdrukken, Surinamers lui zijn, altijd te laat komen, stelen of in de criminaliteit terecht komen – en dat deze vooroordelen niet altijd hoeven te betekenen dat iemand in de praktijk een moslimhater of een racist is.
Dat mijn column hard was, kort door de bocht en misschien hier en daar smakeloos, geloof ik best. Ik begrijp terdege dat mensen zich gekwetst zouden kunnen voelen door de onzinnige en smakeloze vooroordelen over Joden waar mijn column bol van stond. In dat geval dan spijt me dat zeer, want zo was het dus niet bedoeld. Ik meen er namelijk geen woord van, ik vind die vooroordelen over Joden zelf ook belachelijk en verkeerd! Ik ben als moslima zelf een Semiet en weet uit eigen ervaring wat het is om gediscrimineerd te worden omdat ik een Marokkaan ben. Moslim met nota bene een joodse context, omdat mijn roots in Essaouirra liggen, de plaats in Marokko waar joden en moslims al decennia lang in vrede hebben geleefd en nog steeds leven.
Met mijn column heb ik getracht de discussie hierover te provoceren en open te breken. Ik had verwacht dat mensen dit vanzelf zouden inzien en het gegeven zouden kunnen relativeren en we met elkaar de discussie zouden kunnen aangaan over het begrip vrijheid van meningsuiting. Net zoals ik mij uitspreek tegen de maffe anti-moslim uitspraken van Wilders of een gekke imam die roept dat homo’ s nog lager dan varkens zijn en vrouwen minder zijn, kan ik mij storen aan een boek zoals dat van Vuijsje waarbij de generalisaties van bevolkingsgroepen worden gebruikt om te scoren. Ik wilde de rollen omdraaien als columnist en hetzelfde doen en heb het vrije woord opgezocht. Ik dacht dat ook ik dit gewoon kon doen in Nederland, het land van vrijheid van meningsuiting, het land van de persoonlijke vrijheid, het land van de cartoons en de vrijspraken. Het land waar democratie, discussie en dialoog (ook als die hard zijn) heilig zijn. Little did I know.
Sinds die gewraakte publicatie kun je mijn naam niet meer normaal googelen en ben ik wat je leest op de site van HP / De Tijd. Raja Felgata de Joden-zijn-dik-columniste. Ik weet zeker dat het doel van de schrijvers is om Raja Felgata monddood maken, want zij heeft het over joden gehad en dat kan niet in Nederland.
Misschien hebben mensen zodanig een hekel aan mij, dat zij mijn column hebben misbruikt om hun persoonlijke vetes uit te spelen door een bevriende journalist in te schakelen en mij als antisemiet te poneren in de media.
We leven in een tijdperk waarin social media een grote rol speelt. Dus als HP /de Tijd gehoor geeft aan de hetze en op de vooravond van de prijsuitreiking van de Democracy ribbon een artikel publiceert over de prijs en dat ik deze niet mag ontvangen als antisemiet, daarbij en passant mensen oproepen om hierover te twitteren om te mailen en te bellen naar de desbetreffende organisatie om de prijs tegen te houden, dan gaat die lastercampagne wel heel erg ver. Dit is haat en persoonlijke rancune. Het is geenszins moreel gedreven zoals zij willen doen voorkomen, deze valse moraalridders. En zo kan iedereen kapot gemaakt worden als je deze mensen om welke willekeurige persoonlijke reden niet aanstaat. En ik blijk niet de enige te zijn die last heeft van hun haat en pesterijen. Is het niet heel triest, dat mensen die zich rekenen tot de intellectuele wereldverbeteraars onder ons, zo persoonlijk en rancuneus zijn in het publieke domein en zelfs niet schromen om joden te schofferen met antisemitische haatberichten?
Ik probeer de ironie in te zien dat ik door een simplistische column - de Nieuwe Revu vroeg van haar columnisten niet echt om nuance of verdieping - al ruim 1.5 jaar op haatzaaiende blogs en sites, wordt neergezet als iemand die een hekel heeft aan een bevolkingsgroep en zelf wegkomen met de meest ranzige onzin.
Ik ben de afgelopen dagen veel en vaak gebeld, met felicitaties - omdat men nog niet op de hoogte was van de prijsuitstelling, ofwel met een bemoedigend woord, omdat mensen niet begrijpen waarom er in Nederland zo wordt omgegaan met elkaar. En de vraag die mij het meest is gesteld de afgelopen dagen is of ik spijt heb van mijn Joden-zijn-dik-column. En hoe vaak ik die vraag ook heb gehoord, ik moet er altijd even over nadenken. Ja en nee. Als schrijver sta je achter je woorden, no matter what. Maar spijt? Ik had de column kunnen inleiden, in de juiste context kunnen plaatsen, de gemiddelde lezer uitleggen dat deze Marokkaanse, deze moslim –geen antisemiet is of antisemitische bedoelingen heeft - maar het antwoord schrijft op de smakeloze stigma’s in Alleen maar nette mensen. Raja Felgata is gewoon een vrouw met een mening, idealen, dromen en doelen. En ik wilde na het lezen van het boek Alleen maar nette mensen, ook een punt maken, net zoals Vuijsje.
Maar wie ben ik? Ik schrijf nog geen boeken en krijg geen Gouden Uilen en mijn pa is niet de hoofdredacteur van HP/ de Tijd geweest, dus is er blijkbaar een verschil. Maar artikel 7 van de grondwet is er toch voor iedereen, of is het begrip vrijheid van meningsuiting na 2 november 2004 een betrekkelijk begrip?
Het moment dat ik de column schreef zal mij voor altijd bijblijven: ik was in Sittard, of all places en ik zat in de lobby van de Stadsschouwburg en was aan het wachten op mijn echtgenoot die op moest treden. De deadline voor het inleveren van de column was de volgende dag en aangezien ik bezig was in het boek van Vuijsje en deze na een middag in de lobby te hebben gehangen, had uitgelezen, besloot ik te gaan schrijven.
Voordat ik aan zijn boek begon, had ik zelf een vooroordeel over het boek. Er was veel ophef over - wel of niet racistisch, wel of niet vrouwonvriendelijk, - dus besloot ik voor het lezen van het boek – het boek per definitie niet goed vinden. Maar toen ik Alleen maar nette mensen na de laatste pagina dichtsloeg, was ik positief verrast. Ik vond zijn straattaal en staccato schrijven wel grappig maar had ook moeite met zijn vernederende, harde, grappig bedoelde vooroordelen. Gedurfde literatuur , maar is het een privilege om zo over Surinamers en Marokkanen te schrijven? Zou hij het ook zo over Joden durven? Ik ging uit van wel, het kenmerkt immers Robert. En zo eindigde ik mijn column: Robert, jij bent tranga, dus dat! (Voor de niet-Surinamers onder ons: tranga betekent stoer)
Het hele moment van het tikken van mijn column speelde er in de hal van de Schouwburg een Afrikaanse band. Dikke keiharde Afrikaanse ritmes vulden de lobby en ik zat in een hoekje achter mijn laptop met diezelfde ritmes op de achtergrond. Ik ben relatief nuchter en een realist. Maar achteraf werd ik gewaarschuwd door diezelfde Afrikaanse klanken en kan ik nu de symboliek ervan terugzien: mijn column zou zorgen voor oorverdovend lawaai.
RF
Volg Raja Felgata op haar andere Tumblr account!
Dubbele Handicap
Volgens de heer Pauw zorgen allochtonen niet voor goede televisie. En zijn er niet genoeg vrouwen aan de top om als gast te worden uitgenodigd voor tv-programma´s zoals Pauw & Witteman (zie Broadcast Magazine 302). Hij heeft kritiek op de publieke omroep: die hanteert het SMAT-quotum om meer kleur (lees: realiteit) uit te stralen als het gaat om de Nederlandse televisie. Ik weet dat hij niet de enige is die deze mening deelt.
Omroepland doet al jarenlang haar best doet om meer kleur te vergaren - voor en achter de schermen. We leven tenslotte in een realiteit waarin kleurrijk-zijn erbij hoort. Dat mag je toch terugzien op de buis? Waarom struikelt men nú opeens over een quotum als je daarmee een bepaalde doelgroep de kans geeft om zichzelf te laten zien? De NPO heeft al jaren door dat er in Hilversum te weinig mensen rondlopen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en vul maar in achtergrond. Ruurd Bierman begrijpt het. We kunnen er allemaal smakelijk om lachen. Feit blijft dat redacties geld krijgen als ze een SMAT’je binnenhalen en tegelijkertijd kansen creëren voor groepen voor wie Hilversum niet altijd vanzelfsprekend is.
De NOS’ers Aicha en Mustapha Marghadi. Geen talent. Abdellah Dami, zooo’n slechte AVROpresentator. Jakhals Ersin was een domme VARA-Turk en de voorzitter van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders Farid Azarkan zit aan tafel bij Pauw & Witteman naast Bram Moszkowicz en laat zich erg makkelijk uit het veld slaan. Fouad Sidali is een hele slechte journalist. En ook hebben Abdelkader Benali, Mustapha Oukbih en Hassnae Bouazza geen kaas gegeten van het Midden-Oosten en is de presentatrice van het Jeugdjournaal Sihem Raijoul zo ontzettend slecht dat het pijn doet aan je ogen. De meiden van Halal hebben nooit een Televizierring gekregen. Naima Tahir en Naeeda Aurangzeb zijn allochtoon én vrouw, dus dubbel gehandicapt. En Ali B is helemaal niet keihard op weg om met zijn tv-concept flink furore te maken in televisieland.
En wat betreft de kritiek over het gebrek aan vrouwen aan de top: makkelijke retoriek. Mag ik de heer Pauw vriendelijk wijzen op het onderzoeksrapport van de Nederlandse Nieuwsmonitor over de zichtbaarheid van vrouwen in de Nederlandse media in 2010? Daaruit blijkt namelijk dat het wel snor zit met vrouwen en hun stem in de media. Met cijfers en al, per medium en per vrouw aangegeven. De moeite waard om te lezen voordat iemand in de pen klimt om vrouwen te bashen. Daarmee is het onnodig om te refereren aan een hond die bij uw P&W-tafel hangt als prop van Martin Gaus, en aan te geven dat het dier ‘de enige vrouw aan tafel is die misschien wel iets zinnigs te melden heeft’. Lachen joh…
Ik geloof dat het niemand echt lukt om PvdA politica Fatima Elatik de mond te snoeren, of een Femke Halsema, die volgens hetzelfde onderzoek de vrouw is die het meest in beeld was het afgelopen jaar. Vergeet niet dat er genoeg vrouwen zijn die weten waar zij het over hebben, alleen ontbreekt het op de meeste redacties aan originaliteit en hangt relevantie en importantie van de desbetreffende dames af van de eindredacteur van die ochtend, middag of avond.
Een vaginamonoloogje: Petra Stienen, Naima Azough, Hedy d’Ancona, Aysel Erbudak, Britta Bohler, Nadia Bouras, Margriet van der Linden, Karima Belhaj, Carmen Breeveld, Naima Tadlaoui, Famile Arslan, Joan Ferrier, Touria Ahayan, Andree van Es, Esma Choho, Kirsten Verdel, and the list goes on.
Het verraste mij dat uitgerekend in de week van internationale vrouwendag iemand zich genuanceerd vrouwonvriendelijk uitliet in een column. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed in medialand. En dat respecteer ik. Maar dat is objectiviteit ook. Of is dat na 2 november 2004 een relatief begrip? Een (eigen)wijze man zei ooit: ‘Liegen is de kruipolie van het intermenselijk verkeer’. Laten wij het als journalisten bij de feiten houden.
Deze column werd eerder gepubliceerd in Broadcast Magazine
13 cent
Hotel De Toekomst vind ik het gouden ei. Mensen helpen aan een baan. Wij Nederlanders hebben blijkbaar op veel fronten hulp nodig. De liefde, onze tuin, kleding en nu dus ook een baan. En ondanks die bijna 1 miljoen kijkers, vind ik dat Martijn Krabbé hulp moet krijgen: laten wij met z’n allen het programma groter
maken! Hij en de werkelozen verdienen het. Dit land verdient het. Het gaat per slot van rekening niet echt goed met de werkgelegenheid in ons land.
Ook in de mediasector wordt – zoals u en ik weten – flink gesneden: 200 miljoen. Dit betekent dat mensen die in Hilversum werken straks werkeloos zijn, een baan zoeken en overdag thuis zitten. En die mensen kijken ook televisie. Ik pleit dus voor een investering in Overdag TV en voor meer programma’s waarbij mensen hulp krijgen.
Maar dan is er wel geld nodig. Ik heb een idee waar wij een paar euro´s vandaan kunnen halen. Een kleine rekensom vanuit wellicht onverwachte hoek: de PVV.
Geert Wilders wordt bedreigd, zegt ie. Hij wordt dus dag en nacht beveiligd. Dit kost geld. Om precies te zijn twee miljoen euro per jaar. Wie betaalt dit? U en ik.
Ik heb het uitgerekend: dit kost ons – de gewone mens, Henk, Ingrid, Fatima en Jörgen – 13 cent per hoofd van de bevolking. 13 cent is toch niets?! Ik hoor het u zeggen. Maar we willen een programmadonatie doen aan Martijn, dus blijf even in deze hypothese samen met mij.
5,7 procent van de Nederlanders was in 2010 werkeloos en dit cijfer blijft ook het komende jaar stijgen. Weliswaar het laagste cijfer in Europa, maar toch. Omdat wij in Nederland houden van interactieve televisie zou het prettig zijn als de werkeloze kijker zijn 13 cent doneert aan Martijn en zijn hotel. De PVV krijgt van deze groep mensen alleen al 950.046 euro. Maar daar kunnen we geen programma mee maken, hoor ik meneer de producent roepen. Klopt. Maar ik heb een joker: de moslim. Ik denk niet dat de gemiddelde moslim zijn 13 cent vrijwillig aan de PVV zou willen geven. Los van het feit dat geen enkele moslim zou willen dat er iets met Geert zou gebeuren natuurlijk.
Welnu, u en ik weten dat er in Nederland één miljoen moslims rondlopen. Stel dat deze barmhartige groep – van wie een groot gedeelte ook werkeloos is – die 13 cent doneert aan het programma van Martijn? Dan hebben we al 130.000 euro extra in de pot. De omroep heeft toch als taak de mensen te bereiken? Nou, dat doe je dus ook op deze manier. Help-mensen-aan-een-baan-televisie werkt gewoon. Dat is ook waar de PVV voor staat. De hardwerkende Nederlander. Zij hebben een duwtje in de rug nodig. We hebben nu ruim 1 miljoen euro voor een televisieprogramma, waarbij we de Nederlander aan een baan kunnen helpen.
Met de leegloop van Hilversum in het verschiet, zien we straks misschien presentatoren, producenten en andere mediamensen met hun cv bij Martijn aankloppen. Ik vind dat wij, televisiemakers, serieus mogen nadenken over hoe wij televisie met een missie kunnen maken. Natuurlijk is geld verdienen belangrijk, maar Help TV kan echt werken. Los van het feit dat wij het interessant vinden om te zien hoe de ander lijdt, vinden wij het ook leuk om onszelf bloot te geven op nationale
televisie.
Daarnaast wordt iemand echt met zijn of haar toekomst geholpen. Commercieel of niet, het is humaan. En dat is in mijn optiek mooie televisie.
Mocht Martijn nog werkelozen zoeken voor zijn programma: ik heb twaalf broers, vijf neven en zes ooms die op zoek zijn naar een baan en best wat hulp kunnen gebruiken.
Design by Simon Fletcher. Powered by Tumblr.
© Copyright 2010